Denkbeelden

Verhalen en verbeelding

Inleiding
Op de knop waarop u hebt gedrukt stond ‘denkbeelden’. Ik heb even geaarzeld of ik dat woord wel zou gebruiken. Want er kleven twee bezwaren aan. Het woord ‘denkbeelden’ suggereert allereerst een soort hokjesgeest, zo van: daar kunt u me plaatsen. Vervolgens: het woord houdt het misverstand in leven dat het geloof een setje opvattingen zou zijn.

Maar zowel bij het één als het ander voel ik me niet thuis. Geloven is eerder een manier van leven dan het aanhangen van een mening. En bovendien: een manier van leven die dynamisch is, en dus niet in één hokje is te vangen.

Waarom dan toch het woord denkbeelden? Zet er een streepje middenin en ineens kan ik uitleggen waarom het toch een bruikbaar woord is. Denk-beelden. Dan blijkt het ineens te gaan om béélden. En van beelden hangt het geloof aan elkaar. Sterker nog, geloven zelf zou je een vorm van verbeelding kunnen noemen.

Maar het verstand moet ook meedoen, anders wordt het te zweverig. Wie over ‘verstand’ spreekt in de context van geloven, heeft het over theologie. En al is de theologie binnen de kerk niet alles, zonder kan het niet.

Denk-beelden dus. Niet voor de eeuwigheid, want in elke levende relatie verspringen de beelden, en in de relatie met de Eeuwige is het niet anders. Maar er zijn wel wat constanten. Hieronder vertel ik er iets over.

Verhalen
Wat ik belangrijk vind in het leven en in mijn werk zijn verhalen. Ik denk dan ruwweg aan drie soorten verhalen.
Ieder mens heeft een levensverhaal. Een mooi of wat minder mooi of soms zelfs regelrecht treurig verhaal, maar – een verhaal. Een verhaal dat vertelt hoe onze levensweg liep, wat we onderweg hebben meegemaakt, welke keuzes we hebben gemaakt, etc.

Maar behalve ons levensverhaal is er ook het verhaal van God. De bijbel is het verhaal over de weg die God met mensen is gegaan. De bijbel zie ik dan ook graag als een landschap met daarin Gods voetstappen. Wie die stappen volgt heeft telkens een ander uitzicht, komt steeds andere mensen tegen, soms zelfs verschillende culturen, maar het blijft het verhaal van God en mensen.

Dan is er het verhaal van geloofsgemeenschappen. Want ook die hebben, net als mensen hun eigen karakter en geschiedenis. Sommige mensen vinden dat erg: al die verschillen. Maar dat vind ik niet. Tenminste, als die gemeenschappen elkaar maar niet verketteren. Het zorgt voor veelkleurigheid en biedt mensen de mogelijkheid een geloofsgemeenschap te vinden die bij hen past.

Deze drie verhalen wil ik graag met elkaar in verbinding brengen:

  • door naar mensen te luisteren die ‘hun verhaal kwijt willen’
  • door samen te zoeken naar waar God ons levensverhaal raakt en opneemt in het groter geheel van zijn verhaal
  • door in de geloofsgemeenschap wekelijks te vieren dat Gods verhaal met de wereld nog altijd doorgaat.

Verbeelding
Geloven heeft dus te maken met verhalen. En wie ‘verhalen’ zegt, zegt ‘verbeelding’. Ook in het geval van het verhaal van God. Je kunt zelfs zeggen: zéker bij het verhaal van God. Kijk maar naar de verhalen die Jezus vertelde. ‘Gelijkenissen’ worden ze genoemd: verhalen die tot de verbeelding willen spreken. Maar het geldt ook voor het evangelie zelf: het is een verhaal, geen betoog of verhandeling.

Wie het woord ‘verbeelding’ gebruikt als het gaat over het geloof, kan al snel rekenen op misverstanden. Veel mensen denken bij dat woord aan ínbeelding. Alsof het gaat om louter verzinsels, om zaken die niet ‘echt’ of ‘echt gebeurd’ zijn. Maar dat is een misverstand.

Verbeelding hoort bij, wat ik noem, ‘taal van de binnenkant’. Er is dus ook een ‘taal van de buitenkant’. Dat is de taal van de controleerbare feiten. Van wat telbaar, meetbaar en weegbaar is. Van wat voor iedereen zintuiglijk waarneembaar is. Maar de ‘taal van de binnenkant’ gaat over wat niet direct waarneembaar is. Vertrouwen bijvoorbeeld. Vertrouwen is niet direct te zien of te meten, maar is niet minder reëel dan bijvoorbeeld een tafel. Sterker nog, vertrouwen is een belangrijker realiteit dan een tafel.

Geloven hoort meer bij de ‘taal van de binnenkant’. Over de diepste betekenissen van het leven kun je alleen spreken in beelden. Dat geldt ook voor God. Niemand heeft God ooit gezien. Over God kun je dan ook alleen in beelden spreken die naar Hem verwijzen. Het meest bekende beeld is ‘Vader’. Maar de bijbel kent meer beelden: God als moeder, of als leeuw, als rots. Maar het beste beeld heeft het geloof herkend in Jezus zelf.

De eerste volgelingen van Jezus werden door buitenstaanders ‘aanhangers van de Weg genoemd’ (Handelingen 9:2). Ik vind het jammer dat die uitdrukking in onbruik is geraakt. Want in het beeld van de weg komt alles samen wat ik bedoel. En: als geloof het gaan van een weg is, is het uitzicht is telkens weer anders!