Columns

Een nieuw jaar

06-01-2010

Een nieuw jaar is de periode van goede voornemens. Maar ik ben er niet zo van. Natuurlijk, ik ken ook het gevoel van beginnen met schone lei. Het nieuwe jaar voelt aan als nieuwe kleren: je voelt je dan zelf ook een beetje nieuw en dat wil je vasthouden. Zo probeerde ook ik jaren geleden een aantal keren op 1 januari te stoppen met roken. Ik hield het meestal wel een paar weken vol, en een keer zelfs een aantal maanden. Maar ik viel telkens weer terug in die oude gewoonte. Tot ik op een zeker moment een heel ander tijdstip koos, me even kwaad maakte, en jawel hoor: het lukte. Nee, Nieuwjaar is aan mij niet besteed als gelegenheid voor goede voornemens.

Toch had ik dit jaar de drang om weer eens de bezem door mijn leven te halen. Ik voelde al wat langer dat ik iets tekort kwam. Het is stilte. Nee, ik bedoel niet dat ik wat rustiger aan wil doen. Dat is al snel het goede voornemen van veel mensen in onze stressvolle tijd. En dat gevoel ken ik ook weleens. Maar het gaat me om iets anders – om stilte als woordenloosheid.

Het belangrijkste gereedschap voor een predikant zijn woorden. Het spreken van en luisteren naar woorden. Je vergadert, legt uit, preekt, spreekt, luistert, beantwoordt, bidt, leest, typt, noteert – kortom: woorden, woorden en nog eens woorden. Om daar fris bij te blijven heb je perioden van woordenloosheid nodig.

De Amerikaanse dichter Richard Wilbur zei ooit dat hij om diezelfde reden graag fysiek bezig was: tennissen, groenten kweken, lange wandelingen maken. Want – zei hij – ‘het is voor een schrijver goed om je zoveel mogelijk vanuit de stilte weer de woorden in te bewegen.’ Wat voor een schrijver goed is, geldt ook voor een predikant.

Ik heb die noodzaak al eens jaren eerder gevoeld. Toen ben ik in mijn vrije tijd Rietveldmeubelen gaan timmeren. Stoelen, tafels, bankjes, een lamp. Tot mijn geliefde vertwijfeld uitriep: ‘Méér Rietveld komt er bij ons niet meer in!’ Maar het timmeren was een mooi contrapunt voor een leven met en in woorden.

Protestanten leggen grote nadruk op het Woord van God en zijn daardoor erg verbaal ingesteld. Maar af en toe moeten we, net als de profeet Elia, de woordenloze afzondering eens opzoeken. Opeens kun je God dan tegenkomen in ‘het suizen van een zachte stilte’. Daarvoor hoef je niet net als Elia naar de berg Horeb. Horeb kan ook een timmerschuurtje zijn. Maar ik vrees dat ik op zoek moet gaan naar een ander plekje voor mijn goede voornemen.

 

« Alle columns
Reageren

Wilt u reageren? Gebruik dit formulier. Ik zal zo snel mogelijk antwoorden.

Dhr. Mevr.



Meest gelezen

Aangekeken
15-04-2009
Tweede Paasdag is een heerlijke dag om er op uit te gaan. Ik wist dit jaar ook meteen waar naartoe: het Rijksmuseum. Daar is tot begin mei een schilderij van Vermeer te zien dat normaal in Washington hangt: De dame met de weegschaal. En aangezien ik een mateloze bewonderaar ben van het... Lees de hele column »
Kerk naar buiten
14-04-2010
Gisteren een heel inspirerende bijeenkomst voor predikanten bezocht. Overal in het land worden namelijk middagen en avonden georganiseerd om mijn kerk meer missionair te maken. Het initiatief gaat uit van de landelijke PKN die daarvoor een aantal mensen heeft vrijgesteld. Gisteren... Lees de hele column »
In Bob (part two)
01-06-2010
Hoe raakt een mens opnieuw ‘in Bob’? Wel, in mijn geval om meerdere redenen. Allereerst: als late bekeerling ontdekte ik dat de muziek van Dylan een ware staalkaart is geworden van de Amerikaanse muziekgeschiedenis. Rock, gospel, folk, country, blues, rockabilly, ballads, jazz –... Lees de hele column »
In Bob (part one)
28-05-2010
Het is de schuld van vriend Leo. Die nam me in 2009 mee naar een concert in de Heineken Music Hall. Ooit hadden wij, los van elkaar, zijn eerste concert in Nederland in De Kuip meegemaakt – tevens het allereerste stadionconcert ooit in ons land! Maar Bob Dylan (want over hem heb ik het)... Lees de hele column »
We are going to see the King
08-07-2009

Soon and very soon, we are going to see the King Hallelujah! Hallelujah! We're going to see the King. Met deze woorden... Lees de hele column »