Religieuze ervaring en de kerkdienst
Ze had ooit op een cruciaal moment in haar leven een religieuze ervaring gehad, de mevrouw die ik laatst sprak. Ze beleefde het als een signaal van de overzijde. Ze hield er een innerlijke zekerheid aan over dat zij eens over de dood heen gedragen zou worden naar de wereld van het licht. Het was al jaren geleden, maar ze kan er nog altijd op teren. Met een zekere regelmaat staat ze er nog eens bij stil, en dan wordt ze opnieuw warm van binnen.
Maar het is bij die ene keer gebleven. En daarom is er ook weleens twijfel in haar opgedoken: was het geen inbeelding geweest? En – vertrouwde ze me toe – in een kerkdienst kreeg ze nu nooit eens een dergelijke religieuze ervaring. Kennelijk was dat wel haar verwachting. Maar die verwachting werd niet beantwoord. Een preek of een lied doen haar weleens iets. Maar opgetild zoals toen? Nee, dat had ze nu nooit.
Thuisgekomen moest ik pas denken aan een paar regels uit de Four Quartets, een viertal gedichten van de Engelse dichter T.S. Eliot. Die gedichten gelden als het hoogtepunt van de poëzie in de 20ste eeuw. Ze gaan over de tijd en de vergankelijkheid, maar vooral: over het snijvlak tussen tijd en eeuwigheid. De regels waaraan ik dacht zijn de volgende (de vertaling is van Peter van Huizen):
[…] Maar het punt vatten
Waarop het tijdeloze insnijdt in
De tijd, is werk voor heiligen –
[…]
Voor de meesten van ons is er alleen het onbewaakte
Ogenblik, het moment in en uit de tijd,
Kortstondige vervoering […] en de rest
Is bidden, naleven, tucht, denken, daden.
Het gaat mij om die laatste regels. Na de topervaring komt altijd weer de laagvlakte van het dagelijks leven. Na de religieuze ervaring rest ons alleen de religieuze praktijk, het ritueel, de vormgeving, het doen. Die religieuze praktijk is geen middeltje om ons in geestesvervoering te brengen. Als die verwachting er is moet die wel uitlopen op teleurstelling of leiden naar een kunstmatig opgeklopte vervoering. De kerkdienst is bedoeld als gedachtenis van de Godsontmoeting. Hij herinnert ons aan de mogelijkheid van die ontmoeting en oefent ons om die mogelijkheid open te houden. Totdat God zijn tijd kiest.
Ik heb ooit eens nageteld hoeveel keer Abraham, de vader van alle gelovigen, zo’n Godsontmoeting heeft beleefd. Ik kwam op een stuk of tien keer in een periode van honderd jaar. Dat is gemiddeld één ervaring per tien jaar. Dat is meer dan de meeste mensen van God merken. Maar er bleven ook bij de vader van alle gelovigen dus nog hele perioden over dat hij niets van God merkte. Hoe hield hij zijn geloof in die perioden op peil? Dan bouwde hij bijvoorbeeld een altaar. God verscheen dan niet aan Abraham, maar Abraham wel voor God.
Meest gelezen
Soon and very soon, we are going to see the King Hallelujah! Hallelujah! We're going to see the King. Met deze woorden... Lees de hele column »