De Bijbel tussen cultuur en cultus
Schrijver Cees Nooteboom sprak bij het in ontvangst nemen van de Prijs der Nederlandse Letteren sombere woorden over onze cultuur. Hij dacht daarbij vooral aan haar christelijke traditie. De moskeeën zijn vol en de kerken stromen leeg. Daardoor neemt de Bijbelkennis af. En daarin ziet Nooteboom een groot gevaar.
‘Wat moeten we als Bijbelse taferelen op de schilderijen van Rembrandt onzichtbaar geworden zijn omdat vrijwel niemand meer weet wat daar nu eigenlijk afgebeeld wordt?’ aldus de gelauwerde schrijver. Hij is niet de eerste die hier op wijst. Vele anderen zijn hem daarin al voorgegaan. Literatuurwetenschapper Jaap Goedegebuure schreef ooit dat hij eerstejaars studenten Nederlands eerst een cursus Bijbelkennis gaf. Die kennis ontbreekt de studenten grotendeels en zonder die kennis zouden ze hun eigen literatuur niet eens begrijpen.
Je zou zeggen: de bijval van Nooteboom voor Bijbel en christendom is welkom. Toch ben ik wat sceptisch. Die bijval komt te laat en ze is ook eenzijdig. Te laat, omdat uitgerekend Nooteboom hoort bij de generatie naoorlogse schrijvers die niet alleen het christendom achter zich liet, maar ook bekritiseerde. Zo werd hij zelf een radertje in het proces dat hij nu betreurt. ‘Dat had je wel eens eerder kunnen bedenken,’ dacht ik toen ik over zijn zorgen las.
Maar zijn bijval is ook eenzijdig. Het gaat hem om de cultuur, niet om de cultus. Anders gezegd: om de Bijbel als literatuur, als bron van inspiratie voor de kunst. Niet om de Bijbel als religieus boek. Nooteboom krijgt nu oog voor het feit dat zonder het christelijk geloof ook de Bijbelkennis en daarmee de cultuurkennis afneemt. Daarom betreurt hij de teloorgang van kerk en christendom, maar alleen in hun functie van steunbeer van een cultuur die hij waardeert. De Bijbel is voor hem dus uitsluitend een cultuurboek.
Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Natuurlijk, de Bijbel ís literatuur. Sommige Bijbelboeken (Job bijvoorbeeld) behoren tot het schoonste en hoogste wat de mensheid aan literatuur heeft voortgebracht. Maar de Engelse dichter T.S. Eliot (1888-1965) schreef ooit over de Bijbel: ‘Het feit dat kenners van de literatuur het nu bespreken als literatuur betekent waarschijnlijk het einde van zijn invloed op de literatuur.’
Eliot trad toe tot de Anglicaanse Kerk. De cultus vormde voor hem het hart van de cultuur. C.S. Lewis, W.H. Auden, Graham Greene, Czeslaw Milosz, Gerard Reve, Willem Jan Otten – zij deelden/delen met Eliot niet alleen de literatuur maar ook de kerkgang. Zij hadden/hebben recht van spreken als zij klagen over de teloorgang van de christelijke cultuur. Nooteboom niet. Hij hielp er zelf aan mee. Al gun ik hem wel zijn Prijs der Nederlandse Letteren. Hij verdient die dubbel en dwars. Al was het alleen al vanwege zijn prachtige roman ‘Allerzielen’.
Meest gelezen
Soon and very soon, we are going to see the King Hallelujah! Hallelujah! We're going to see the King. Met deze woorden... Lees de hele column »