Homofobie (76)
14-05-2008
Drie signalen op één dag. Het eerste ving ik op toen ik in de tuin zat. Een stelletje jongens fietste ergens in de buurt voorbij. Eén van hen was een ander kennelijk aan het jennen. ‘Willem is een homofiel, homofiel, homofiel! Willem is een…’, etc. Ik kon hem alleen maar horen, niet zien. Maar de boodschap was luid en duidelijk: Willem deugde niet en de beste manier om dat aan Willem duidelijk te maken is kennelijk het predicaat dat gebruikt werd.Het tweede signaal kreeg ik in een gesprek met een moeder. Haar zoon werd op MSN gepest. Het scherpste wapen dat gebruikt werd was ook hier het woord ‘homo’. Het derde signaal kreeg ik kort achteraan. Op de radio hoorde ik bij het column het bericht dat bijna de helft van alle homo’s in Amsterdam in het afgelopen jaar wel één of meer keren was lastig gevallen.
Velen gaan er vanuit dat wij leven in een vrije samenleving en dat homo’s een geëmancipeerde plaats innemen in de samenleving. Maar ik heb weleens het gevoel dat de slinger aan het terugdraaien is. Wat een verworvenheid is, blijkt broos en moet kennelijk voortdurend bewaakt of opnieuw bevochten worden. Want wat voor velen vreemd is, blijft weerstand oproepen. Bij elke nieuwe generatie.
Nu kun je natuurlijk in al deze gevallen gemakkelijk ‘foei!’ roepen. Maar Nico ter Linden heeft er eens op gewezen dat het van nature in ons zit: wat wij niet kennen, stoot af. Het vreemde boezemt angst in. Hij hield toen een pleidooi om daarmee rekening te houden. Niet om het goed te praten, maar om het mechanisme onder ogen te zien. Alleen ‘foei!’ roepen is wel politiek correct, maar helpt niet. Het probleem zit diep in ons. Jij hebt die schaduwzijde ook.
Hij gaf toen ook een sprekend voorbeeld van iemand die beide kanten in zichzelf geïntegreerd had. In Amsterdam schijnt iemand tijdens de razzia’s in de oorlog op een muur de volgende tekst te hebben gekalkt: ‘BLIJF MET JE POTEN VAN ONZE ROTJODEN AF!’ Een zin met een dubbele boodschap. In het woord ‘rotjoden’ zat het vooroordeel van de onbekende kalker: hij vond joden kennelijk maar niks. Maar het besef dat ook zij erbij hoorden had de overhand in hem. Want het waren wel onze rotjoden en daarom blijf je er met je poten van af.
De man die dit gekalkt liet op onbevangen manier zijn schaduwzijde zien, maar had die tegelijk overwonnen. Misschien moeten we zoiets onze jongeren wel aanleren: je vindt ze misschien rothomo’s, maar je blijft met je poten van ze af. Van Willem ook, trouwens.
Meest gelezen
Aangekeken
15-04-2009
Tweede Paasdag is een heerlijke dag om er op uit te gaan. Ik wist dit jaar ook meteen waar naartoe: het Rijksmuseum. Daar is tot begin mei een schilderij van Vermeer te zien dat normaal in Washington hangt: De dame met de weegschaal. En aangezien ik een mateloze bewonderaar ben van het...
Lees de hele column »
Kerk naar buiten
14-04-2010
Gisteren een heel inspirerende bijeenkomst voor predikanten bezocht. Overal in het land worden namelijk middagen en avonden georganiseerd om mijn kerk meer missionair te maken. Het initiatief gaat uit van de landelijke PKN die daarvoor een aantal mensen heeft vrijgesteld. Gisteren...
Lees de hele column »
In Bob (part one)
28-05-2010
Het is de schuld van vriend Leo. Die nam me in 2009 mee naar een concert in de Heineken Music Hall. Ooit hadden wij, los van elkaar, zijn eerste concert in Nederland in De Kuip meegemaakt – tevens het allereerste stadionconcert ooit in ons land! Maar Bob Dylan (want over hem heb ik het)...
Lees de hele column »
In Bob (part two)
01-06-2010
Hoe raakt een mens opnieuw ‘in Bob’? Wel, in mijn geval om meerdere redenen. Allereerst: als late bekeerling ontdekte ik dat de muziek van Dylan een ware staalkaart is geworden van de Amerikaanse muziekgeschiedenis. Rock, gospel, folk, country, blues, rockabilly, ballads, jazz –...
Lees de hele column »
We are going to see the King
08-07-2009
Soon and very soon, we are going to see the King Hallelujah! Hallelujah! We're going to see the King. Met deze woorden... Lees de hele column »